Tips

Tips

  • Zoek iemand met wie je kunt praten over je problemen: misschien een mentor van school, een goede vriend of vriendin, je oma, of iemand van je kerk of moskee.
  • Probeer in gesprek te blijven met je ouder(s); misschien vind je het wel prettig dat er iemand bij dat gesprek aanwezig is: iemand van wie jij vindt dat hij of zij jouw problemen begrijpt. Het is eventueel mogelijk dat er een hulpverlener bij is: informeer bij Irisz.
  • Kun of wil je niet meer thuis wonen? Regel dan eerst een slaapplek bij bijvoorbeeld een vriend, een ander familielid of een bekende.
  • Pak eens een vel papier en zet daar de plus- en minpunten op van thuis wonen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onderdak, financiën, school/werk, broertjes/zusjes.
  • Heb je een ‘keuze’ gemaakt om niet meer thuis te wonen, bedenk dan eerst of je misschien tijdelijk ergens anders zou kunnen wonen; is dit antwoord negatief, ga dan eens op zoek naar een instantie die je zou kunnen helpen, neem contact op met Irisz.