Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Zwerfjongeren zijn jonger dan 23 jaar en hebben geen vaste woon- of verblijfplaats. Ze hebben over het algemeen nogal wat problemen (schulden, relaties, geen werk, soms verslaving of psychiatrische problemen). Onder deze definitie vallen ook de jongeren die staan ingeschreven bij een organisatie voor maatschappelijke opvang. Denk hierbij aan de Dag- of Nachtopvang voor jongeren of een tijdelijke woonzorgvoorziening. De meeste zwerfjongeren verblijven niet op straat, maar logeren steeds op andere plekken, bij vrienden of bekenden.

Er zijn ongeveer 5000 zwerfjongeren in ons land. Uit onderzoek blijkt dat het grootste gedeelte tussen 16 en 21 jaar is en 2/3 van de zwerfjongeren zijn jongens.

Tot 18 jaar is Jeugdzorg verantwoordelijk. Voor de opvang van jongeren die 18 jaar of ouder zijn, moeten de gemeenten zorgen.
Dat betekent dat jongeren die 18 jaar worden een grotere kans hebben om op straat te belanden. Hun relatie met een hulpverlener stopt. Soms krijgen ze een andere hulpverlener (bij verlengde Jeugdzorg), maar omdat er geen afspraken en samenwerking bestaat tussen Jeugdzorg en de maatschappelijke opvang, belanden veel jongeren tussen wal en schip. Een aantal jongeren kiest er dan ook voor om alle vormen van hulp en begeleiding los te laten.

 

Zwerfjongeren hebben meerdere problemen tegelijkertijd. Uiteraard staat het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats centraal. Ze hebben geen eigen veilige plek.
Veel jongeren zijn gestopt met school zonder een diploma. Ze hebben geen inkomen en ook nooit geleerd om te werken: daarom is uitzicht op een kamer of een baan ook beperkt. Sommigen kampen met schulden. Vaak hebben ze problemen met alcohol of drugs. Ook zijn ze vaak met politie of justitie in aanraking gekomen.

In ons land zijn er in de grotere steden diverse opvangmogelijkheden speciaal voor jongeren. Denk hierbij aan de Dag- of Nachtopvang voor jongeren. Jongeren kunnen ook terecht bij de crisisopvang waar ze tijdelijk kunnen wonen. Na deze eerste opvangmogelijkheden zijn er verschillende vervolgtrajecten van begeleid wonen.

Ben je op straat gezet door de instelling waar je verblijf, of door je ouders? Neem dan even een time-out en probeer te gaan logeren bij een vriend of vriendin. Zet voor jezelf de problemen op een rijtje en probeer met je ouder, voogd of hulpverlener een gesprek aan te gaan. Zijn er mogelijkheden om toch weer terug te keren? Wat moet je daar voor doen?