Het verhaal van Kim

Het verhaal van Kim

Kim begon op haar twaalfde met drinken. Ze is nu zestien. Dit is haar verhaal.

Wanneer begon je met drinken?
“Op mijn twaalfde jaar begon ik met uitgaan. Een paar keer per maand en daar werd bij gedronken. Ik deed mee, want ik wilde alles uitproberen. Ik bleef dan altijd bij een vriendin slapen die zelf mocht bepalen hoe laat ze thuiskwam. Dus mijn ouders wisten van niets.”

Ging dat lang goed?
“Ik had een keer een fles wijn in vijf minuten opgedronken, op een lege maag. Dat was op een zaterdagmiddag. Ik was in de stad met twee vriendinnen die minder hadden gedronken. Op een gegeven moment ging ik op grond liggen en raar doen en het volgende moment dat ik me herinner, lag ik in het ziekenhuis. Ik had een alcoholvergiftiging. Ik wist niet eens dat zoiets bestond.”

Was dat reden voor een ommezwaai?
“Nee, ik ben toen gewoon even gaan dimmen. Maar al snel werd het weer meer. Op mijn vijftiende begon het een probleem te worden. Toen ging ik ongeveer elke avond uit en elke nacht ladderzat naar bed. Als je eenmaal dronken bent, ga je over je eigen grenzen heen en doe je dingen waar je spijt van krijgt. Zo had ik sex met veel verschillende jongens en lang niet altijd veilig. Ook zette ik mezelf voor schut door domme dingen te doen als ik dronken was. Maar het erge was, dat ik daar niet van leerde. De volgende dag deed ik het hetzelfde.”

Merkte je dat je omgeving over je oordeelde?
“Dat spookte wel voortdurend door mijn hoofd. Ik dacht dat ik een heel slechte reputatie had. Maar ik merkte dat niet.”

Hoeveel dronk je?
“Nou, ik kan niet echt een aantal glazen noemen. Maar ik herinner me een keer dat ik een fles wijn en een biertje op had en nog niets eens licht aangeschoten was. Dat vond ik wel een teken aan de wand. Maar ook dat was nog geen reden voor mij om te minderen.”

Functioneerde je nog wel school?
“Ik zat in het eerste jaar van mijn mbo-opleiding. Ik volgde wel alle lessen maar was geestelijk nauwelijks aanwezig. Ik was altijd brak. Toen ik een keer een presentatie moest geven, viel ik flauw. Daarna zijn mijn mentoren met mij gaan praten.”

Durfde je eerlijk te zijn naar hen?
“Ja, ik ben een heel open mens dus daar had ik geen moeite mee. Zij stelden voor dat ik een half jaar teruggeplaatst zou worden en dat werkte goed. Daardoor ontdekte ik weer hoe enthousiast ik eigenlijk ben over mijn opleiding: Jeugdzorg/Maatschappelijke Zorg. Zij zeiden: ‘Je moet jezelf op de rit hebben voor je anderen kunt helpen.’ En dat werkte.”

Was dat het keerpunt?
“Dat, en het feit dat ik een vriend kreeg. Als je een vriend hebt, ben je liever met hem dan dat je uitgaat. En thuis kun je drank veel beter controleren. Dus beide zaken, mijn vriend en mijn opleiding, hielpen me uit mijn oude patroon te stappen.”

Je hebt ook contact gehad met IrisZorg?
“Ja, mijn ouders hadden daar een gesprek geregeld. Op zich had ik natuurlijk al een goede eerste stap gezet, maar je kunt ook terugvallen. Bij IrisZorg kreeg ik een Leefstijltraining. Dan zit je met een aantal jongeren aan een tafel en legt de trainer uit hoe drugs in je hoofd werken en hoe je een plan kunt maken voor een andere leefstijl. Je ontdekt dan ook dat je niet alleen staat in deze problematiek.”

Wat had jij aan de Leefstijltraining?
“Je leert anders kijken naar je verslaving. Belangrijk hierbij is bijvoorbeeld: wat doe je als je trek krijgt? Want trek krijg ik nog steeds. Je krijgt dan andere mogelijkheden aangereikt die je blik verruimen. Je wordt je bewuster van hoe je behoefte werkt. Als ik nu zin krijg om te drinken, ga ik echt iets anders doen om die behoefte ontwijken.”

Was er een oorzaak voor je drankgebruik?
“Ik was niet erg gelukkig thuis. Mijn broer deed vwo, mijn ouders zijn universitair geschoold en daar kom ik dan aan met: ‘Mbo, here we go’. Ik ben ook twee keer weggelopen. Ik had altijd het idee dat ik niet echt meetelde.”

Denk je dat je jezelf blijvend hebt beschadigd?
Ik vermoed dat mijn hersens zijn beschadigd. Maar dat doe ik grond van wat ik weet over de schadelijke effecten van drank op jonge leeftijd. Maar mijn geheugen werkt nog goed. Al mis ik wel momenten uit mijn dranktijd. Bijvoorbeeld van keren dat ik omviel en dat mijn eerstvolgende herinnering was dat ik thuis in bed lag. Dat stuk ertussen is echt weg.”

Ben je nu bang voor drank?
“Nee, maar ik ben wel voorzichtig. Dus ik drink echt knetter weinig. Vorige week dronk ik een biertje en dat viel zo zwaar dat ik dacht: ‘O, nee…!’ Dus ik ontwijk het nu. Want ik weet dat ik gevoelig ben voor deze drug.”

Noem jij jezelf een alcoholist?
“Nee, en ik mag van mezelf best af en toe biertje, hoor.”

Hoe gaat het nu met je?
“Het gaat heel goed. Ik woon nog thuis en dat gaat prima. Op mijn opleiding gaat het lekker en met mijn vriend ook.”

Heb je tips voor anderen die in jouw oude situatie verkeren?
“Zeg het tegen je ouders en praat met anderen. Het gaat sneller dan je zelf door hebt. Zelf zul je de situatie altijd ontkennen. Geloof mij maar dat het erger is dan je zelf denkt.”